In 1974
informeerde Wilko van Koldam uit Veendam naar de
mogelijkheid om op Rohel een Deense kotter te laten
bouwen. Hij had een compleet stel tekeningen bij
zich van een tot jacht omgebouwd vissersscheepje
van 8,70 x 3,30 x 1,30 m., met een waterverplaatsing
zonder enige ballast van maar liefst acht ton. Dit
moest dus wel een zwaar gebouwd schip zijn.
De tekeningen waren gemaakt aan de hand van opmetingen
door Stanley Smith, een Engelsman die werkzaam was
op de werf Christensen in Hvide Sande in Denemarken.
De dikte van de huidgangen bedroeg 1,5 duims
(40 mm) voor een scheepje van nog geen 9 meter lang.
De kielbalk van de 'Thyra' zoals de kotter werd
genoemd, mat inclusief de slijtkiel 34 x 15 cm en
werd gemaakt van azobé waardoor deze een gewicht
had van bijna 400 kg. Aan de achtersteven hangt
het bij deze kottertjes behorende traditionele Deense
roer. De voortstuwing geschiedt door een 50 pk BMC
Commander die geleverd werd door de firma Holland
Bollinder te Rotterdam. Na een heel winterseizoen
hard werken en veel overleg met de Van Koldams werd
de kotter onder de naam 'Thyra' in het voorjaar
van 1975 te water gelaten.