Terug naar homepage 'de houten schepen van de Eiseendenhof'  
     
onze schepen 
van hout 
 
tjotter 
'Eyseend' 
   
kotter 
'Eyseend' 
   
     
     
     
     

 

   
     
     
     
reacties     
     
e-mail: 
Eyseend 
   

Eiseendenhof Noordlaren Contact  

De houten schepen van de Eiseendenhof

Als je een prachtig houten schip hebt, hoor je vaak eerst van voorbijgangers de opmerking: 'Wat een onderhoud' en dan pas 'Wat een prachtig schip'. In de praktijk is het gelukkig andersom. Het onderhoud is niet meer dan van een schip van ander materiaal. Daarbij geldt wel dat een schip zorg behoeft om het mooi te houden, maar dat geldt voor alles!
Eind 70-er jaren hebben we ons eerste houten schip aangeschaft, een open schouw van 5.25m, gebouwd door Bein Brandsma in Rohel (Fr). Vanwege het beperkte vaargebied rond het Zuidlaardermeer volgden al spoedig en kleine kajuitschouw van dezelfde bouwer en vervolgens een grotere uitvoering, waarmee we vele tochten naar en in Friesland hebben gemaakt. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in het laten bouwen van een Vollenhovense bol door dezelfde bouwer, waarmee we het IJsselmeer en de Wadden hebben verkend.
Daarna hebben we hebben jaren in Noordlaren gewoond zonder een echt boot in het water te hebben gehad. Tijdens de eeuwwisseling hebben we de knoop toch weer doorgehakt. We gingen op zoek. Het moest dit keer een rond schip worden. Het werd in 2001 de tjotter, een historische fjouweracht, 'Eyseend', een schip met een rijke historie naar later bleek. Omdat we graag met de tjotter trekken en het weer niet altijd meewerkt, besloten we in 2005 uit te kijken naar een begeleidingsscheepje met wat meer comfort. Dat werd, hoe kon het anders, een kottertje, gebouwd door Bein Brandsma uit Rohel. Een prachtig, heel goed onderhouden scheepje gebouwd van natuurlijk eikenhout.
Op de volgende pagina's kunt u alles over de houten schepen van de Eiseendenhof lezen.

Wat is een tjotter?

Een tjotter is een traditioneel, houten zeilschip, van rond de vijf meter lang. Het heeft een platte of ronde bodem en zijzwaarden in plaats van een kiel. Samen met het Fries Jacht en de boeier behoort de tjotter tot de Friese rondbodem-schepen. Deze schepen zijn de fraaiste, maar helaas ook de zeldzaamste verschijningen op het water. Er zijn ongeveer 70 tjotters en slechts 17 originele Friese Jachten overgebleven.

Honderd jaar geleden was de tjotter een bekend verschijnsel op de Nederlandse binnenwateren. Niet alleen in Friesland, maar ook in andere gebieden waar vervoer over water vaak de enige weg was, zoals in Holland en Zeeland. De kleine tjotter, of boátsje in het Fries, werd gebruikt door palingvissers en boeren, maar ook voor klein vrachtvervoer. Zo bracht de molenaar in Woudsend zijn meel met een tjotter naar de bakkers in de omgeving.
Als werkbootje bij uitstek was de uitrusting meestal simpel, goedkoop en efficiënt. Dat principe is tot in het kleinste detail terug te vinden in een tjotter, van de eenvoudig te hanteren tuigage tot de constructie van de zijzwaarden.
Ondanks de eenvoudige bouw zijn tjotters sierlijke scheepjes, die zich met stoere gratie door het water bewegen. Dat is vooral te danken aan de Friese scheepsbouwers, die schepen bouwden die niet alleen snel en betrouwbaar waren, maar evenzeer fraai om te zien. De scheepsbouwkunst werd vaak van vader op zoon doorgegeven, en meestal werd een schip 'op het oog' gebouwd, dat wil zeggen zonder tekening. Beroemd in dit opzicht is de uitspraak van Holtrop Van der Zee, toen een ongedurige klant een week na het geven van de opdracht vroeg hoe het er met zijn schip voorstond. 'Hij leit er al' zei Van der Zee, turend naar de kade voor de werf. Door deze gevoelsmatige manier van bouwen is elke tjotter anders, zowel in vorm als in vaareigenschappen.
Van het eind van de negentiende eeuw tot in de jaren dertig van de vorige eeuw werden er ook veel wedstrijden gehouden met tjotters. Sommige tjotters werden speciaal voor deze wedstrijden gebouwd vaak door notabelen en zakenlieden. Deze tjotters zijn hoog en rank en vaak met houtsnijwerk versierd. Meer informatie is te vinden op: website van de Stichting Ronde & Platbodemjachten.

de tjotter 'Eyseend' in haar element op het Zuidlaardermeer
 


Lees:
het verhaal van de tjotter 'Eyseend'
 


Wat is een kotter?

De Kotter is ontstaan uit de 18e eeuwse Engelse "cutter". Dit waren snelle houten zeegaande éénmast zeilschepen, met gaffelgrootzeil, stagfok, vliegende kluiver en vaak ook met een vlieger en een gaffeltopzeil. De romp had een (vrij) steile steven, een scherpe intree, een nogal voorlijk en meestal V-vormig grootspant, terwijl de romp naar achteren overging in een diep, scherp onderwaterschip met een duidelijk S-spant tot aan de hak (het diepste punt), met vanaf 2/3 van de lengte een geveegde kont.

In de 19e eeuw werden er veranderingen in de mastvoering aangebracht, zodat men vanaf die tijd ook o.a. kits, yawl en schoenertuig tegenkwam. De Kotter is in vele landen verder ontwikkeld met een enorme variëteit in scheepstypen. De schepen werden vooral gebruikt in de visserij, het loodswezen, douane activiteiten en het vrachtvervoer. Ook in onze eeuw vinden we nog steeds Kotters met dezelfde rompvorm, maar ze worden nu ook wel als Kotterjacht gebouwd. Zo kan het voorkomen, dat sommige Kotters nooit een oorspronkelijke werkfunctie hebben gehad, maar wel een duidelijke afgeleide van bovenstaande schepen zijn. De invloed van de bouw van deze schepen door de eeuwen heen is internationaal toonaangevend geweest. Kotters kunnen derhalve gerekend worden tot het summum van Maritiem Erfgoed. De internationale afkomst van deze monumentale schepen illustreert tevens het internationale karakter van het maritiem verleden van Nederland.

de kotter 'Eyseend' tijdens Friesland Vaart 2006 op het IJsselmeer
 


Lees: het verhaal van de kotter 'Eyseend'

Terug naar homepage Eyseend Naar boven